
Zorg voor het landschap
Zorg voor het landschap is de kern van landschapsgovernance. Governance staat voor een betrokken vorm van sturing waar alle relevante partijen aan kunnen bijdragen. Je zou zelfs de natuur als zo’n partij kunnen zien. Landschapsgovernance is per definitie gericht op samenhangende interventies met zorg als leitmotief. Nog niet zo heel lang geleden was dit ook de ambitie van de ruimtelijke ordening. Maar deze heeft zijn vanzelfsprekendheid verloren. Alom heerst onbehagen. Het onbehagen manifesteert zich in een veelheid aan kritiek op de praktijk van de ruimtelijke ordening. Er is kritiek op:
- het beperkte inzicht in de echte ruimtelijke ontwikkelingen;
- het gebrek aan ontwerpvaardigheid op structuurniveau;
- de geringe besluitvaardigheid;
- de onmacht om plannen daadwerkelijk te realiseren.
De ruimtelijke ordening is opgevolgd door de omgevingsplanning. Deze lijkt deze meer gericht op een juridisch kader waarin criteria kunnen worden afgevinkt dan op een vorm die overleg en samenwerking stimuleert.
In het boek Planning als gesprek doe ik een poging om meer grip te krijgen op landschapsgovernance of landschapsplanning zoals ik het daarin noemde. Dit begint bij de constatering dat planning niet meer of minder is dan een geheel van taalhandelingen. Zowel beeldtaal als teksttaal behoort tot de taal van de ruimtelijke planning. Deze taal omvat diverse taalspelen of genres. Dit zijn unieke vormen van communicatie met een eigen doelstelling en eigen regels voor de geldigheid van uitspraken. Vier voor governance essentiële genres zijn: ontwerpen, onderzoeken, beslissen en ingrijpen. Governance en planning kunnen worden gedefinieerd als het creëren van verbindingen (passages, overgangen) tussen deze vier genres ontwerpen, onderzoeken, beslissen, ingrijpen. De passages tussen genres hebben het karakter van reflectieve oordelen zoals de filosoof Immanuel Kant deze opvatte: als oordelen zonder vooraf gegeven regels. De vaak zwakke relatie tussen ontwerpen, onderzoeken, beslissen en ingrijpen, is niet het gevolg van slecht communiceren of eigengereid handelen, maar komt voort uit de wezenlijke verschillen tussen deze genres van maatschappelijk taalhandelen.
Landschapszorg is een cultuurdaad
Governance impliceert dat actoren die actief zijn in een netwerk zichzelf – hoe dan ook – doelen stellen. Zichzelf doelen kunnen stellen is volgens Immanuel Kant de definitie van cultuur. De opgave om zichzelf hoe dan ook doelen te stellen impliceert dat één fundamentele vraag altijd gesteld moet kunnen worden. Dat is de vraag: ‘wat willen wij zijn?’ Het is de vraag naar de identiteit van een samenleving, een organisatie, een planningsnetwerk of een gebied. De publieke taak van governance is het overeind houden van de identiteitsvraag. Het stellen van deze vraag dient institutioneel geborgd te zijn.
Zelftechniek
Te veel planners en ontwerpers willen ‘grand designs’ realiseren. Landschapszorg echter wordt gekenmerkt door terughoudendheid en concentratie. Dit is geen pleidooi voor minder plannen, minder subsidies, minder regels, minder overheid, maar voor concentratie op het waarom achter middelen en instrumenten. Wat dat betreft is aandachtige planning veel ambitieuzer dan de postmoderne planningspraktijk. Aandachtige planning is een maatschappelijke vorm voor reflectieve publieke keuzen.
Het is een ‘zelftechniek’ waarmee de samenleving zichzelf, hoe dan ook, doelen kan stellen. De verschuiving van overheidssturing naar governance zet de zorg voor het omgaan met de omgeving in een nieuw licht. Het is geen exponent meer van het moderne project van de twintigste eeuw (planning), maar een antwoord op de noodzaak tot reflectie die aan het begin van de eenentwintigste eeuw manifest is (zorg).
Verder lezen
Zie verder mijn boek Planning als gesprek. Te bestellen bij: https://www.uitgeverijdegraaff.nl/boeken-van-uitgeverij-de-graaff/mens-maatschappij/planning-als-beleid?highlight=WyJkZSIsIidkZSIsIidkZSciLCJoYWFzIiwiZGUgaGFhcyJd